Restauratieplan

 

 

Het College van Kerkrentmeesters van de Hervormde Gemeente en de Stichting Stadswacht Genemuiden presenteren een uniek plan onder de noemer: ‘Het verhaal van de St. Nicolaaskerk te Genemuiden’. Aanleiding waren de restauratieplannen van het Zwier van Dijk-orgel: het laatste gebouwde cultuurorgel van de 19e eeuw met een hoofd en rugwerk en belangrijk cultureel erfgoed. De plannen voor het orgel zijn in opdracht en naar de wensen van de kerkrentmeesters gemaakt door de gecertificeerde orgeladviseur Stef Tuinstra. Na een offerteronde is de uiteindelijke opdracht gegund aan de Orgelmakerij Reil te Heerde.

Om de plannen completer en subsidiabel te maken, zijn er naast de restauratie nog een aantal elementen en acties aan toegevoegd, waaronder archeologisch onderzoek naar de grondlagen bij de kerk, restauratie van het authentieke meubilair in de consistorie van de kerk en het levend houden, borgen en verspreiden van de Genemuider Bovenstem.

Kortom, de samenwerking tussen de Stichting Stadswacht in de persoon van Henk Beens en de Kerkrentmeesters in de persoon van Jan Roetman, hebben niet alleen geresulteerd in een mooi verhaal, maar ook in ambitieuze plannen, die in 2018 en 2019 worden gerealiseerd. Dat is mogelijk door toegezegde subsidies van de provincie Overijssel, een aantal aan het orgel gerelateerde instanties en nog te houden acties. Er zullen in samenwerking met het Historisch Centrum Genemuiden exposities worden georganiseerd, zodat de bevolking kennis kan nemen van de hieronder geschetste plannen en ontwikkelingen.

Uit ‘Het verhaal van de St. Nicolaaskerk’ wordt hierbij onderdeel B , Restauratie van het Zwier van Dijk-orgel en algehele herintonatie van het instrument nader toegelicht.

De historie van het orgel is fraai beschreven in de beide brochures van Henk Beens  ‘Een orgel jubileert’ (1985) en ‘Opus 3 (1989): restauratiejournaal 1985 – 1986.

De geschiedenis is kort samengevat als volgt. Het orgel is gebouwd in 1885 nadat een groot deel van het centrum van Genemuiden na een stadsbrand ernstig was beschadigd en ook de kerk weer nieuw was gebouwd. Zwier van Dijk te Kampen maakte een voor die tijd bijzonder klassiek orgel met een rugpositief (dus met twee handklavieren) en nog met spaanbalgen achter het orgel. Het soffiet onder het rugpositief doet sterk denken aan dat van het Hinsz-orgel in de Bovenkerk te Kampen waar Zwier van Dijk destijds organist was. Het orgel was gebouwd in de stijl van het vorige orgel van Albertus van Gruisen. Het had geen vrij pedaal.

In 1961 moest het orgel worden gerestaureerd en dat werd tamelijk ingrijpend gedaan. Het orgel kreeg een neo-barokke klank en werd ook uitgebreid met een vrij pedaal. De fa. Verschueren te Heythuysen voerde het werk uit.  In 1985 was er weer grootonderhoud nodig. Dit werk werd verricht door de orgelmakers Kaat & Tijhuis te Kampen. Ook nu weer werd het orgel drastisch verbouwd. Zo werden onder andere het speel-en koppelmechaniek vervangen, evenals de windladen van het pedaal en de blaasbalg. De al in 1961 in neo-barokke sfeer bijgewerkte intonatie werd opnieuw gewijzigd. De scherpte van de klank door de ingreep van 1961 werd ronder gemaakt en minder doordringend, maar werd daardoor ook zachter en saaier. Een begrijpelijke ingreep weliswaar, maar door de wijze waarop dit werd gedaan raakte het oude pijpwerk van Zwier van Dijk nog meer kwijt van haar oorspronkelijke klank. Ook was de vrij ernstige mate van ontstemming die het orgel sinds 1961 kende, in 1986 niet opgelost.  De windlade van het rugpositief hoefde in 1986 nog niet gerestaureerd te worden maar is nu dermate slecht geworden dat langer uitstel van herstel niet meer verantwoord was.

Omdat het orgel echter ook zoveel andere gebreken had, bv. zoals men dat in orgelvaktermen noemt ‘artistieke gebreken’, werd orgeladviseur Stef Tuinstra verzocht een herstelplan op te stellen. Al met al moest worden geconstateerd dat het orgel momenteel lang niet zo mooi klinkt dan het zou kunnen klinken vanwege het nog altijd bewaarde fraaie historische materiaal van Zwier van Dijk.
Tuinstra maakte een plan met enkele varianten van basaal groot onderhoud tot aan een grote herintonatie met daarbij allerlei aanpassingen om zoiets mogelijk te maken.
Uiteindelijk blijkt de duurste variant verreweg de meest aantrekkelijke omdat daarmee namelijk ook allerlei subsidies kunnen worden aangevraagd. Daarmee wordt het plan verhoudingsgewijs nauwelijks duurder dan de minder ambitieuze varianten, maar past het straks herstelde orgel zoals ons nu voor ogen staat, veel beter in verhouding tot de andere planelementen. Het was al met al een groeiproces om de uiteindelijke beslissing tot het meest uitgebreide plan te maken, maar iedereen is er nu van overtuigd dat de Genemuiders straks eindelijk hun orgel kunnen horen en beleven zoals het wellicht nog nooit heeft geklonken, zangerig en draagkrachtig. Elementen die nu ten enenmale ontbreken.

In de geschiedenis van het instrument zijn er naderhand ook goede materialen in aangebracht die het ook verdienen behouden te blijven. Zo kan een ‘historisch gegroeid’ monument worden gerestaureerd met het devies: ‘onderzoekt alle dingen en behoudt het goede’.
De dispositie blijft zoals die nu is. Alleen zullen er in het kader van de herintonatie wel de nodige mensuuraanpassingen worden gedaan en worden mogelijk enkele registers geheel vervangen. Ook wordt de windvoorziening verbeterd. De bestaande fraaie beschildering van het orgel blijft ook, maar wordt grondig hersteld en opgewerkt. Dat geldt ook voor de frontpijpen die nu erg dof en donker zijn.

Het werk zal in augustus 2018 worden gestart en de planning is dat het met de Pasen 2019 weer in gebruik kan worden genomen.