De oorsprong van de Bovenstem

De oorsprong van de Bovenstem bij de Psalmen

Wanneer de tegen melodie is ontstaan is niet helemaal duidelijk. Wel is bekend dat in de 18e eeuw de Ledeboeriaanse gemeente van Genemuiden, de Hazeuzangers, de jongelingsvereniging van de hervormden en in bijeenkomsten van een groep jongelui meerstemmig werd zongen. Ze gebruikten een psalmboek met een vierstemmige toonzetting. De tenoren zongen de Altus. De oorsprong van deze bundel ligt in een uitgave van de Geneefse psalmen met een vierstemmige toonzetting van de Franse Renaissance-componist en muziekuitgever Claude Goudimel. Goudimel leefde in de 16e eeuw en werd bekend door de eenvoudige noot-tegen-noot zettingen van de Geneefse psalmen. Deze psalmen werden uitsluitend gezongen in de huiselijke kring en door gezelschappen. Gevluchte Hugenoten namen de bundel mee naar de Nederlanden. Daar kreeg deze een berijming in het Nederlands. In Genemuiden was meerstemmige zangbeoefening dus niet vreemd. Was het dit soort enthousiasme dat zich verplaatste naar de eredienst of stoelt de bovenstem op oudere zangtradities? Helaas kan deze vraag niet met zekerheid worden beantwoord. Dat het zingen van de bovenstem in Genemuiden oude papieren heeft, staat wel vast. Mevrouw M. Beens-Eenkhoorn (1887-1984) heeft namelijk verklaard dat haar vader al vanaf zijn jeugd de bovenstem zong tijdens de erediensten van de hervormde gemeente. Het betekent dat de tegenmelodie al omstreeks 1880 in gebruik was.